Mijn mening

Hardnekkige restanten van de verzuiling

In de periode van de verzuiling waren allerlei instellingen verdeeld in Protestant Christelijk, Katholiek en Algemeen. Dat is nagenoeg verdwenen, vele instellingen zijn samen gegaan. In Nieuwegein gaan nu ook de voetbalclubs Vreeswijk en Geinoord langzamerhand samen verder.
In het onderwijs zien we juist een harde concurrentiestrijd, waarbij van samenwerken geen sprake is.
In Wijkersloot is een kathoieke school verdwenen en in Fokkesteeg en Zandveld twee openbare vestigingen. In tegenstelling tot het verleden worden de scholen nu allemaal door een zelfstandige stichting bestuurd. De gemeente heeft nauwelijks nog zeggenschap over het openbaar onderwijs. Dat was vroeger een argument voor het bijzonder onderwijs, de ouders hadden het voor het zeggen.
Er zijn steeds minder gelovigen, maar het bijzonder onderwijs vermindert niet.
Er zitten ook veel niet gelovige kinderen op die scholen. Ouders moeten het uitgangspunt van de school accepteren.  De meeste ouders kijken naar de sfeer, de inrichting, het onderwijs en ervaringen van andere ouders.  Het onderwijs is steeds minder doorspekt van gelovige onderdelen. Vroeger waren er aparte leerboeken voor Christelijk en katholiek onderwijs. Ook werd er veel meer gebeden in de klas.
Het openbaar onderwijs wordt vaak weggezet als niet-gelovig, maar dat is onjuist. Het is onderwijs voor iedereen, voor gelovigen en niet-gelovigen. Iedere basisschool besteedt aandacht aan geestelijke stromingen, dat staat in de kerndoelen. Christelijke feestdagen zijn in Nederland nog dominant en ruimte voor Islamitische feestdagen is er nog niet. Sommige openbare scholen worstelen daarmee en besluiten zelfs de kerstviering te veranderen.
Waarom dan toch niet meer samenwerken en fuseren tot samenwerkingsscholen? Het speciaal onderwijs in De Evenaar  is dat al jaren zonder grote problemen.
Een school die goed draait en voldoende leerlingen trekt en goed wordt bestuurd, heeft geen enkele behoefte aan een fusie. De opgeheven scholen trokken minder leerlingen dan hun concurrenten, omdat ze het minder goed deden. De crisis in het bestuur van het openbaar onderwijs laat hier ook zijn sporen na.
Een school wordt in Nieuwegein erkend als er minimaal 182 leerlingen opzitten. Na drie jaar daar niet aan te voldoen, wordt de school opgeheven. Maar op papier kan de school dan onder gebracht worden bij een andere school. Dat kost wel meer, maar het lespunt blijft bestaan. Als er echter te weinig leerlingen over blijven, wordt het te duur en sluit men.
Bij de nieuwbouw van de scholen brengt men de bestaande scholen in één gebouw samen. Deze zijn van de gemeente en worden ook door de gemeente onderhouden. Veel praktische belemmeringen om samen te gaan zijn er dan niet, alleen de kwaliteit van het onderwijs, het schoolklimaat en de leerkrachten.Wie weet onstaan er meer samenwerkingsscholen, ondanks de Christenunie en het CDA.

Gerard Olthuis

Politiek achterbaks?

In de raadsvergadering van april werd de collegevorming besproken. Vooral het gedoe over de keuze voor Lokale Vernieuwing als vijfde partij. Enerzijds willen de onderhandelende partijen transparant zijn en de hele raad informeren, anderzijds kan niet alles in de openbaarheid gebracht worden. Dat is niet oneerlijk, ondemocratisch of achterbaks, het voorkomt onnodige ruzies en daardoor imago verlies voor de hele politiek.
Door het werken aan een strategische agenda heeft de oppositie enige invloed op de plannen van het college. Daar zullen geen partijpolitieke keuzes in  staan, want t.a.v. die keuzes zijn er juist verschillende inzichten. De gemeenteraad is juist gekozen om uiteindelijk knopen door te hakken en goede zaken voor de stad te doen. Dat is de kern van de politiek.
Of zo’n strategische agenda de hele raad werkelijk meer betrekt bij het bestuur van de stad, moet nog blijken. Het alleen voor of tegen stemmen bij voorstellen van het college, zou dan moeten veranderen in het meedenken, alternatieve voorstellen doen, wijzigingen voorstellen en uiteindelijk misschien wel komen tot een compromis. Dat vraagt een heel andere houding van raadsleden en ik betwijfel of dat goed is voor de politiek en of het voor de burger duidelijk blijft wat een partij bereikt.
Er bestaat nu ook al een soort strategische agenda op vele onderwerpen: Toekomstvisie, Economische Visie, Duurzaamheidsagenda, Woonvisie, Betere Buurten, Meer-jaren begroting, enz.
In verkiezingsprogramma’s heeft men al aangegeven welke thema’s men belangrijk vindt en welke oplossingen. Voor de kiezer moet het wel duidelijk blijven, wat zijn/haar partij heeft bereikt.

Gerard Olthuis

PVDA haalt meer stemmen

Tegen de landelijke tendens gaan we in Nieuwegein niet achteruit. Partijen waar we vaak kiezers aan verliezen, hebben nu verloren, D66 en de SP. Groenlinks heeft duidelijk gewonnen en ook dat kunnen gedeeltelijk ex-PVDA stemmers zijn geweest. Deze uitslag wijst niet op een afrekening voor het besturen van de stad. College-partijen hebben gewonnen en verloren.  PVDA-wethouder Hans Adriani met o.a. de portefeuilles woningbouw en het moeilijke dossier Zorg met alle taken erin die de gemeente erbij heeft gekregen, heeft met 55% van de PVDA-stemmers het goed gedaan. Door de PVDA is er allang ingezet op extra woningen, ook in de crissistijd. Voldoende sociale woningbouw is altijd een speerpunt geweest.
Maar ook voor jongeren en ouderen of mensen die duurder willen wonen. Differentiatie in wijken is belangrijk, voor de buurten en ook voor Nieuwegein.
De zorg leek op papier goed geregeld, de praktijk bleek veel moeilijker. Door regelmatig extern onderzoek en aanpassingen zijn knelpunten verbeterd. Een stevige ingreep was het opheffen van de stichting Geynwijs en gedeeltelijk werknemers rechtstreeks in dienst van de gemeente nemen.
Daardoor kunnen hopelijk de laatste problemen goed worden aangepakt. Maar ik verwacht dat we moeten blijven werken aan verbeteringen waar dat mogelijk is, uiteraard spelen financiën daarbij ook een grote rol.
Als sociaal-democratische partij zullen we vooral blijven werken aan een sociale samenleving, waarin solidariteit en rechtvaardigheid voorop staan.

Gerard Olthuis

Onlogische politiek

Het Stadshuis functioneert in de praktijk anders dat men bij de bouw had verwacht. Het is niet dat levendige  gebouw geworden met beneden ruimte voor debat, een bezinningsruimte, winkels en horeca en een leuke doorloop voor winkelend publiek. Veel maatschappelijke organisaties konden er zich vestigen.
De  praktijk liep anders. Vrije doorloop zonder draaideuren bleek niet mogelijk i.v.m. de  verwarming. De horeca verdween al snel, evenals de wereldwinkel. Er is nauwelijks debat geweest in de aparte debatzaal. Het stiltecentrum is ook echt stil gebleven. UWV verdween en er bleef ruimte over. Inmiddels zit de bibliotheek ook te duur, door de terugloop van leden. Kortom in toenemende mate moet er jaarlijks enkele tonnen bij. Zonde van het geld, dus maakt men een nieuw plan. Op papier een mooi en gedurfd plan, de praktijk zal uiteindelijk moeten uitwijzen of het werkt. Maar dat betekent wel eerst een miljoenen investering om de noodzakelijke verbouwing te realiseren, maar ook dat het jaarlijkse tekort nihil is.
Als alles goed uitpakt, is men over een aantal jaren blij dat men het heeft gedaan. Alle betrokken organisaties hebben meegedacht en zijn enthousiast. In december moest de raad beslissen, doen of niet doen.
Vlak voor dat moment hoort de gemeente dat ze nog 3 miljoen aan de belastingdienst moeten betalen. De gemeente had dit niet verwacht en is er ook niet mee eens.
Nu  besluit de meerderheid van de raad de verbouwing van het stadshuis uit te stellen tot er meer duidelijkheid is over die 3 miljoen.
Vreemd, want als die drie miljoen betaald moet worden, gaat dan de verbouwing niet door en is het stadshuisprobleem dan opgelost?
Een plan voor een goedkopere verbouwing die ook goed is, bestaat er (nog) niet. Zal er ook waarschijnlijk niet komen, anders had men die ook voorgesteld. Iedereen ziet namelijk in dat het gek is na zo’n korte tijd al weer zo veel geld aan een verbouwing te moeten besteden. Niets doen betekent jaarlijks enkele tonnen verlies op de exploitatie lijden, tot in lengte van dagen en een weinig levendig stadshuis.

Kortom het is niet logisch die belastingschuld( die nog niet zeker is)  te koppelen aan de verbouwing. Uitstel levert geen enkel voordeel op. Duidelijkheid over die belastingschuld kan ook nog zeer lang op zich laten wachten.

Gerard Olthuis

Insluiten in plaats van uitsluiten

Vanaf 2020 is iedere gemeente verantwoordelijk om mensen die dakloos, verslaafd of een psychiatrische stoornis hebben of beschermd wonen zelf te huisvesten. Nu is er een centrumgemeente, Utrecht, die deze mensen op vangt voor de regio en daar de vergoeding voor krijgt. Na 2020 krijgen gemeentes zelf een vergoeding en zijn ze zelf verantwoordelijk.

Nu al reageren mensen in Nieuwegein: Alles best, maar niet in mijn buurt! Ik woon goed en laten ze die mensen maar ergens anders opsluiten.

Ambulante begeleiding Reinaarde

Wat de meeste van deze mensen nodig hebben is een steuntje in de rug, ook van buurtbewoners. Niet uitsluiten, maar insluiten. Dat geeft ook de minste problemen. Een verslaafde is geen verkrachter, misdadiger of monster, maar meestal slachtoffer van zaken uit het verleden. Beschermd wonen is niets anders dan mensen die wat begeleiding nodig hebben, anders kan het mis gaan. Een enkel voorbeeld in het land, waar het gruwelijk mis ging, moet niet tot een hetze tegen al deze mensen leiden. Er zijn ook gewone Nederlanders die in de fout gaan en dan is er ook geen hetze tegen alle Nederlanders.
Vanaf 2020 komen de meesten gewoon in de wijken te wonen en hoop ik dat er voldoende buurtbewoners zijn die ook een steuntje in de rug willen bieden. Dat voorkomt uiteindelijk meer narigheid, dan als men ze aan hun lot overlaat of erger men ze negeert of uitkotst.

Gerard Olthuis

Verkiezingsbelofte fopspeen?

Mijn kinderen zeiden altijd beloofd is beloofd en daar ben ik het mee eens.
Een verkiezingsbelofte bestaat niet, het is een fopspeen. In een verkiezingsprogramma staan ambities die je graag wilt realiseren als alles meezit. Het zijn dus geen beloftes! Eerst moet je voldoende stemmen halen. Dan moet je in het college komen. Tenslotte moet je nog onderhandelen welke punten jij mag realiseren en op welke wijze. Dat komt in een collegeprogramma en dat proberen wethouders uit te voeren. Maar ook bij het uitvoeren kunnen partijen dwarsliggen en met wijzigingen komen. Als de meerderheid die steunt, moet dat worden uitgevoerd.

Dus voor verkiezingen iets beloven, heeft geen enkele zin en is kiezersbedrog. Een verkiezingsprogramma is niet meer dan een visie, zoals jij graag zaken in de stad zou willen hebben en ambities om dat proberen te bereiken. Het is niet meer dan een wensenlijstje. Veel kiezers voelen zich bedrogen na verkiezingen en dat is onterecht. Maar dat komt ook door partijen die beloftes doen. Schrap het woord “verkiezingsbelofte” en vervang het voor b.v. verkiezingswensen. Iedere kiezer moet beseffen dat wensen maar gedeeltelijk vervuld worden en soms nog erg verwaterd door een compromis.
Gerard Olthuis